Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Basispijlers

De volgende zes criteria zijn de basispeilers van onze werking:

  • Samenkomen met mensen die in armoede leven en mensen die niet in armoede leven.
  • Mensen in armoede nemen het woord.
  • Dialoog met de samenleving en met het beleid.
  • Maatschappelijke structuren veranderen.
  • Vorming en informatie.
  • Mensen in armoede blijven zoeken.
     

Drie sleutelwoorden


►Participatie (deelhebben, deelnemen aan...)

Wieder streeft naar een zo hoog mogelijke graad van participatie van mensen in armoede binnen een duidelijk op voorhand vastgelegd kader.
Het stimuleren van participatie en integratie vormt de rode draad doorheen de werking van Wieder.
Zowel participatie van mensen in armoede aan het armoedebeleid als participatie in de individuele ondersteuning staan centraal.

►Dialoogmethode

Het doel van de methode is de levensomstandigheden van mensen in armoede verbeteren op basis van de ervaringsdeskundigheid van mensen in armoede en de dialoog met organisaties en lokaal bestuur.
Het principe blijft altijd hetzelfde. Je vertrekt van de ervaringen van mensen in armoede. Vervolgens kom je door dialoog met het werkveld en het lokaal bestuur tot meer kennis over het onderwerp.
Ten slotte formuleer je beleidsaanbevelingen en maak je een dossier over aan de beleidsverantwoordelijken. Het ritme van de deelnemers gedurende het hele proces blijven respecteren is daarbij het centrale aandachtspunt. Dat maakt van de dialoogmethode een proces van lange duur, waarbij mensen in armoede in hun eigen tempo, zonder (externe) druk op gebied van timing en resultaten, kunnen participeren in het beleid

►Emancipatie (deelzijn van...)

Sociale, politieke en psychologische kracht kunnen we beschouwen als sociale, politieke en psychologische macht om de interactiepositie van ‘machteloze’ (of uitgesloten) huishoudens in verschillende contexten te vergroten.
 
Wieder wil blijvend vanuit deze ‘empowerment-methodiek’ werken aan een samenlevingsverhaal waarbij onze samenleving niet institutioneel vernederend werkt en waarin instituties geen mensen uitsluiten en hen zo de basiscontrole over de verschillende aspecten van hun eigen leven laten verliezen. Het gaat hier dus niet over het begeleiden van onwetenden of om het civiliseren van ongeschoolden, het gaat om een ‘samen’ met de Ander als gids en leermeester, het gaat om ‘samen greep op de realiteit en samenlevingscontext verwerven’.

Het gaat om een beweging waarbij de deelnemers zich bewust mogen worden van hun bestaansrecht, van hun zijn en hun kunnen, van hun competenties [vaardigheden, inzichten en keuzes]. Het gaat om een beweging die het recht afdwingt om deze competenties van mensen te kunnen en mogen inzetten, ontplooien en vermeerderen. Vaak startend van de experimenteerruimte van de praktijk maar vooral gericht op de context van de samenleving en al haar domeinen.


►Bottom – up

Vanuit theoretisch standpunt kun je bottom-up omschrijven als een manier van werken waarin de doelgroep een centrale plaats krijgt. Vraaggestuurde participatie van de deelnemers en respect en erkenning voor de (vragen vanuit de) deelnemers zijn hierbij de belangrijkste vertrekpunten. Concreet komt het erop neer dat de deelnemers zelf bepalen wat voor hen relevant is en zij zelf het project / de werking invullen. Het betekent ook dat men het programma aanpast aan de behoefte van de betrokkenen

►Gelijkwaardigheidsprincipe

Werken met kansengroepen vraagt een open basishouding van de beroepskrachten/vrijwilligers. Dit houdt in dat je je als begeleider/ vrijwilliger eerlijk en echt opstelt tegenover de deelnemers. Je neemt zelf deel aan de werking en bent niet enkel begeleider/vrijwilliger, maar ook deelnemer.